Compatibele modellen
-
Pro Line
-
Pro Line Duo
-
S Line
Voorwaarden
FlexiO werkt pas als de modbus-communicatie aanstaat in de instellingen van elke individuele laadpaal. Die ingreep doe je lokaal, via de MyEve app of de ACE Service Installer, of op afstand via het backoffice.
De laadpaal moet met een ethernetkabel op hetzelfde netwerk zitten als het FlexiO-toestel. Alfen laadpalen ondersteunen geen draadloze verbinding.
Let op: De Active Load Balancing functie (ALB) is verplicht om de laadpaal met het FlexiO-platform te koppelen. Is ALB niet beschikbaar of vergrendeld, dan koop je de functie bij de verkoper van de laadpaal.
Lokale configuratie
Met de ACE Service Installer
1. Aanmelden met je ACE-inloggegevens
Inloggegevens voor de ACE Service Installer vraag je aan via de info op deze pagina van Alfen.
2. De laadpaal zoeken en erop aanmelden
De laadpalen staan in de linkerkolom. Klik op de juiste laadpaal. Er wordt een wachtwoord gevraagd: gebruik het wachtwoord van de folder die bij de laadpaal zat.
3. Controleer de Active Load Balancing (ALB) functie
Staat ALB als niet beschikbaar of vergrendeld, dan moet de klant de functie bijkopen bij de verkoper van de laadpaal. Zonder ALB krijg je geen koppeling met het FlexiO-platform.
4. Active Load Balancing aanzetten
Vul de volgende waarden in.
-
Active Load Balancing: aangevinkt
-
Data Source: Energy Management System
-
Safe current (A): de veilige waarde die gebruikt wordt als FlexiO de verbinding met de laadpaal verliest
-
Allow 1- and 3-phased charging: aanvinken als de laadpaal driefasig geplaatst is
-
Ga daarna naar TCP/IP EMS en zet Mode op Socket en ValidityTime (s) op 60.
Let op: Was de laadpaal eerder ingesteld op P1 of op communicatie met een modbus-meter, en dus niet op EMS, dan moet je de configuratie volledig resetten voor je Data Source op Energy Management System zet. Doe je dat niet, dan kan de laadpaal de oude configuratie blijven aanhouden in plaats van met het FlexiO-platform te praten.
Met de MyEve app
1. Controleer de Active Load Balancing (ALB) functie
-
Kies eerst de laadpaal die je wil configureren in de MyEve app.
-
Klik op het tabblad ADVANCED
-
Ga naar General en dan License Key.
Is de Active Load Balancing functie niet beschikbaar of vergrendeld, dan koop je ze bij de verkoper van de laadpaal. Zonder ALB is er geen koppeling met het FlexiO-platform.
2. Active Load Balancing aanzetten
Ga op het tabblad ADVANCED naar Smart Charging en dan Active Load Balancing. Vul deze waarden in:
-
Active Load Balancing: aangevinkt
-
Data Source: Energy Management System
-
Safe current (A): de veilige waarde die gebruikt wordt als FlexiO de verbinding met de laadpaal verliest
-
Allow 1- and 3-phased charging: aanvinken als de laadpaal driefasig geplaatst is
-
Keer terug naar Smart Charging op het tabblad ADVANCED en kies Energy Management System. Zet Mode op Socket en ValidityTime (s) op 60.
Configuratie op afstand
Configuratie op afstand loopt via de ingestelde backoffice-communicatie, als die er is.
In de huidige implementatie van Alfen moet het schakelen tussen 1 en 3 fasen onder EMS-controle lokaal geactiveerd worden. Via het backoffice kan dat niet. Het systeem werkt wel met een configuratie op afstand, maar je haalt er minder uit: een driefasige laadpaal kan dan niet naar één fase geschakeld worden wanneer dat nodig is.
1. Controleer de Active Load Balancing (ALB) functie
|
ACE Service Installer Entry |
Backoffice OCPP Key |
|
License Key |
FeatureLicenseKey |
|
License Key Features |
UnlockedFeatures |
De inhoud van de sleutel UnlockedFeatures moet de Active Load Balancing functie als ontgrendeld tonen. Is dat niet zo, dan moet de licentie opgewaardeerd worden.
2. Active Load Balancing aanzetten
Zet de volgende waarden om ALB en de FlexiO-communicatie werkend te krijgen.
|
ACE Service Installer Entry |
Backoffice OCPP Key |
Waarde |
|
Active Load Balancing |
Active-LoadBalancing |
On |
|
Data Source |
MbsSlaveTCPIP |
On |
|
Validity time (s) |
MbsSlaveTCPIPValidity-Time |
60 |
|
TCP/IP EMS Mode |
MbsSlaveTCPIPMode |
Socket |
|
Safe current (A) |
Safe-MaxCurrent |
De veilige waarde die gebruikt wordt als FlexiO de verbinding met de laadpaal verliest, bijvoorbeeld 16 voor 16 A |
Bij configuratie via het backoffice is de Backoffice OCPP Key de sleutel die je op de juiste waarde zet. De kolom ACE Service Installer Entry staat er alleen bij om te kunnen vergelijken met de lokale instructies.
Van P1-loadbalancing naar FlexiO-controle
Dit geldt voor installaties waar de Alfen laadpaal al bij de klant stond en de loadbalancing van Alfen via de P1-poort van de digitale meter liep.
De laadpaal hangt dan met een UTP-kabel aan de digitale meter. Die verbinding heb je niet meer nodig. LIFEPOWR neemt de loadbalancing over via de verbinding tussen de FlexiObox en de digitale meter. Om de laadpaal te kunnen sturen, moet FlexiO hem op het lokale netwerk zien. Leg dus een nieuwe UTP-kabel tussen de Alfen laadpaal en de router.
Staan de digitale meter en de router in dezelfde ruimte, dan kan je de bestaande UTP-kabel hergebruiken. Vervang de connector RJ11 aan de kant van de digitale meter door RJ45 voor de router.
Ook hier geldt: de modbus-communicatie moet aanstaan in de instellingen van elke individuele laadpaal, lokaal via de MyEve app of de ACE Service Installer, of op afstand via het backoffice.
Troubleshooting: setpoint wordt niet gevolgd [XA1]
Wanneer FlexiO dit probleem vaststelt, verschijnt er een diagnosemelding in het FlexiO-dashboard.
[XA1] Set point dismissed.
Bij sommige laadpalen negeert de laadinstallatie het setpoint van FlexiO. Je merkt het vooral wanneer FlexiO in Urgent mode staat op een bepaalde waarde, bijvoorbeeld 8 A, en de laadpaal op een andere waarde laadt, bijvoorbeeld 6 A of 32 A.
Meestal staat de Alfen laadpaal dan verkeerd geconfigureerd of blijft hij in een verkeerde configuratiestand hangen. De oplossing: doorloop de loadbalancing-instellingen van de laadpaal en wis alle blijvende instellingen.
Wat er aan de hand is
Alfen laadpalen hebben een loadbalancing-functie. Daarmee beperkt de laadpaal het laadvermogen tot een waarde die van buiten komt, van een EMS, van een externe modbus-meter of van de P1-meter. FlexiO gebruikt net die functie, in de rol van EMS, om het laadvermogen te sturen.
Bij sommige laadpalen staat die configuratie niet juist en werkt de loadbalancing niet zoals verwacht. Doorgaans is de laadpaal eerder ingesteld op een andere databron voor loadbalancing, bijvoorbeeld Internal Modbus Meter, en is die configuratie nooit netjes gewist. Je lost dat op door de loadbalancing-instellingen te doorlopen en de tegenstrijdige instellingen te verwijderen.
Oplossing stap per stap
-
Verbind met de laadpaal via de Alfen Service Installer.
-
Ga naar het tabblad met het Load Balancing icoon.
-
Zet de loadbalancing-databron op Meter.
-
Zet Protocol Selection op DSMR4.x / SMR5.0 (P1).
-
Zet Received Measurements op Exclude Charging EV.
-
Klik op SAVE rechtsonder in het scherm.
-
Zet Protocol Selection op Modbus TCP/IP.
-
Ga in de zijlijst naar het tabblad TCP/IP Meter. Maak het veld IP Address leeg, zet Slave address op 0 en zet Mode op Socomec.
-
Klik opnieuw op SAVE rechtsonder in het scherm.
10. Ga terug naar het tabblad Active Balancing en zet de loadbalancing-databron op Energy Management System.
11. Ga in de zijlijst naar het tabblad TCP/IP EMS en controleer dat Mode op Socket staat.
12. Klik nog een keer op SAVE rechtsonder in het scherm.
Let op: Sla na elke stapgroep op met SAVE. Sla je niet op, dan blijft de oude databron actief en verandert er niets.
[Afbeelding: reeks schermen van de Alfen Service Installer met achtereenvolgens Load Balancing, Protocol Selection, Received Measurements, TCP/IP Meter en TCP/IP EMS]
Na deze stappen gebruikt de laadpaal FlexiO als databron voor de loadbalancing. De foutmelding verdwijnt kort daarna uit het FlexiO-dashboard en de laadpaal volgt het setpoint van FlexiO.
Nuttige bronnen
De kennisbank van Alfen met gedetailleerde informatie over de laadpalen.
TE BEVESTIGEN De bron verwijst ook naar twee pdf's, "Alfen Single S-Line and Pro-Line Installation and User Manual" en "Alfen Smart Charging Implementation Guide", zonder werkende link. De juiste links moeten aangevuld worden.
Alle handleidingen en troubleshooting staan ook als video in de LIFEPOWR Academy.